
Een hobby die bij de Latino-inwoners van Los Angeles heel populair is, is het pimpen van een zogenaamde lowrider (laagrijder). Denk aan een dikke Amerikaanse slee die maar enkele centimeters boven de grond hangt. De fanatiekelingen pompen heel wat geld in de oude wagens om er onder andere hydraulica in te bouwen, zodat ze hun wagens kunnen laten springen of het chassis helemaal kunnen kantelen. Het is een van de vele subculturren in de Verenigde Staten van Amerika.

Het verlagen van auto’s gebeurt al sinds eind jaren 30, voornamelijk in de Spaanstalige buurten aan de westkust van Amerika. Aanvankelijk door simpelweg zandzakken in de auto te stoppen, soms door de veren door te zagen of ze te verhitten. Dit was echter niet toegestaan, want volgens de wet mocht een auto niet zover verlaagd zijn, dan dat elke velg in zijn geheel vanaf de zijkant zichtbaar was.

In de jaren 40 kwam men met een oplossing, door de auto te voorzien van hydraulische onderdelen die te vinden waren op de vele vliegtuigkerkhoven die vol stonden met WOII gevechtsvliegtuigen, die de auto optilde en dus weer op de toegestane hoogte bracht. De hobby nam die jaren een grote vlucht in Zuid-Californië onder jonge Chicanos, die uit WOII terugkwamen met technische kennis en geld.

Lowriders zijn vaak te herkennen aan de custom paintjob en de kleinere maat spaakwielen.

Het lijkt misschien stoerdoenderij, maar wel in de praktijk is het ontstaan vanuit een nood om zich af te zetten tegen de witte Amerikaanse traditie. “Zij willen altijd maar sneller, wij pakken het net traag aan”, klinkt het bij hen. De lowriders zijn niet gebouwd om snel te rijden, en dus straalt een ritje met zo’n parelwitte Cadilac eerder rust, kalmte en souplesse uit. Wat natuurlijk niet wegneemt dat de eigenaars het duidelijk leuk vinden om bekeken te worden!

Hier zie je ze in actie: